Andere weblog

Me_and_my_canonDeze opmerking is een aantal jaar geschreven na de onderstaande regels: als je mijn Australiëblog vanaf het begin wilt lezen, ga dan terug naar het eerste bericht van december 2006 en lees je weg daarna ‘omhoog’. (april 2010)

Augustus 2007: Na een paar maanden niets meer gedaan te hebben met schrijven op mijn weblog, heb ik nu sinds vorige week een tweede weblog aangemaakt. Dit weblog gaat vooral over mijn eerste stappen op weg naar zelfstandigheid. Niet als persoon, maar wel als ondernemer, als schrijver of fotograaf. Neem dus ook gerust eens een kijkje op mijn andere website en misschien denk je aan me als je een fotoreportage gemaakt wilt hebben, een folder, brochure of teksten voor op je website. Ik ben van alle markten thuis en span me graag in om jouw ideeën en wensen om te zetten in een visuele realiteit. Daarom heet mijn nieuwe weblog – en binnenkort mijn eigen website – Robs Reality. In woord en beeld schets ik een nieuwe realiteit. Mijn realiteit, jouw realiteit?

29 August 2007
By on 15:26
Take the long way home

Ergens weggaan en afscheid nemen is nooit leuk. Je gaat weg en weet niet of je ooit nog op de plek zult terugkeren die je zo mooi vindt of die je op zo’n bijzondere eigen manier heeft gegrepen. Dat geldt ook voor de mensen die je bent tegengekomen. ‘Tot ziens’ is de meest gehoorde afscheidsgroet, terwijl zeker in het geval van vakantieafscheid ‘Vaarwel’ of ‘tot nooit’ waarschijnlijk meer op z’n plaats is…

Van zondag op maandag sliepen we tamelijk onrustig. Het zou gek zijn als ik juist op de laatste nacht in de camper eens laat wakker zou zijn geworden en dat gebeurde dus ook niet. Zondagavond had Yvonne al voor een groot gedeelte de camper opgeruimd (Hulde, zus!) en onze koffers stonden al min of meer klaar om meegenomen te worden. De kastjes en laatjes waren geleegd, veel werd weggegooid, maar ook plaatsten we spullen in de wasruimte van de camping voor anderen om mee te nemen. Alle shampoo, bladen en folders waren in een mum van tijd weg, zelfs de Volkskrant Magazines van een paar weken geleden.

CaravanparkDe beheerders van het caravanpark waren aardige en behulpzame mensen. Altijd vroegen ze waar we geweest waren, wat we ervan vonden en wat ons zoal bezighield. Toen we voor de laatste keer even onze mail gingen checken, vertelde Belinda, de gezellige ‘moeder des campings’, dat ze het gevoel had dat wij al maanden op de camping stonden, zo vertrouwd waren we geworden. Ook het echtpaar dat de Deli runde, vertelde dat ze het jammer vonden dat we weg gingen en dat had volgens mij niet alleen te maken met het feit dat wij regelmatig wat bij hen bestelden, zoals ook nu weer een cappuccino, die we in het ochtendzonnetje nuttigden. Want, en volgens mij is dat een beetje een typisch Van Hilten-trekje, om 8 uur waren we al helemaal klaar, geschoren en gedoucht, ingepakt, schoongemaakt en klaar voor vertrek.

Uiteraard namen we afscheid van onze Nederlandse vrienden Annie en Albert. Wij hadden al onze levensmiddelen en andere overgebleven zaken die nog van dienst konden zijn, in een grote plastic zak gedaan en gaven die aan hen. ‘Oh, da kom wel goed! Da gaddewe efkes verdielen onder de regulars hier’, riep Annie. De overgebleven sigaren waren voor Mel, de Engelse Limosinebestuurder.

We leegden de afvaltank en reden zwaaiend van het caravanpark. Was het verbeelding of zag ik zakdoekjes?

Tuincentrum_1 Appeltaart Twee minuten later stopten we alweer. Omdat we zo ongelooflijk vroeg waren en helemaal geen zin hadden om zo lang op Perth Airport door te brengen, hadden we besloten om even een bezoekje te brengen aan het naast het caravanpark gelegen tuincentrum. We hadden al eerder gezien dat ze daar een gezellig koffiehoekje hadden tussen de planten en dat ook de cappuccino’s en taarten er niet verkeerd uitzagen. We bestelden, praatten met een ouder stel met een jonge bordercollie dat ook koffie aan het drinken was en keken elkaar eens diep in de ogen. We moesten nu maar echt eens op pad gaan. Diepe zucht, nog even zitten, maar toch ook een kleine twinkeling in de ogen. Naar huis!

Yvonne terug naar haar tuin, haar katjes, konijn en vrienden en ik terug naar mijn tuin, de vogeltjes en de buurtjes.

VersnipperaarHet Kea-depot was niet ver van het caravanpark vandaan. We werden te woord gestaan door een leuk Indiase dame die hier studeerde en dit als bijbaantje deed. De camper werd geïnspecteerd en de kilometerstand werd genoteerd. Onze totaal afgelegde afstand was 5468 kilometer! En dat zonder een schrammetje! Nou ja, een klein schrammetje van een onwillig afrasteringspaaltje in Strathalbyn dat we blijkbaar onzichtbaar met tandpasta hadden weggewerkt, want ze zei er niets over. In ons bijzijn stopte ze het borgformulier door de versnipperaar en de KEA was niet meer de onze. Hij zou de volgende dag alweer worden opgehaald door andere nieuwe road adventurers.

De taxichauffeur zette ons voor de ingang van Perth International af. We waren een van de eerste aanwezigen en hadden ruimschoots de tijd om onze spullen even te herschikken. We wogen onze koffers en die waren over het gewicht. Onze handbagage bleef binnen de vereiste 7 kilo, met dien verstande dat ik toch zeker wel een kilo aan spulletjes in mijn jaszakken had verstopt. Mijn Vertrekhal jas had ik ‘casual’ rond mijn middel geknoopt. Ik had mijn camera in de zwaarst mogelijke uitvoering om mijn hals hangen. Op het emigratieformulier had ik aangegeven dat ik journalist van beroep ben. Om het verhaal plausibel te maken in geval van ongeloof of toelichting, maakte ik alvast wat foto’s van de grote hal waarin wij ons bevonden. De incheckbalie ging open en er nam een tamelijk pinnig  uitziende dame plaats. Op de een of andere manier begonnen we ons toch wat ongemakkelijker te voelen. Die onrust nam alleen maar toe toen de eerste mensen die zich bij haar incheckten onverbiddelijk werden weggestuurd. We zagen hen verderop in de hal hun koffers openmaken en er spullen uithalen. Ik heb Yvonne zelden zo rood zien worden. Ofschoon ze zei dat het van de warmte was, denk ik toch dat het overgewicht van de koffer duidelijk meespeelde. Ik was in mijn gedachten In_spanningook al bezig met de spullen die ik kon achterlaten, maar dat was toch moeilijk. Vuile onderbroeken dan maar, als stil teken van protest? Er gingen meer balies open en er namen vriendelijker ogende dames achter plaats. Maar… wij werden bij de Pin gesommeerd! Met lood in onze schoenen (en koffers) liepen we naar haar toe. Ze woog de koffers en begon met labelen. We hadden geen idee wat ons overkwam… Waren de koffers van die anderen nóg zwaarder, ofschoon ze kleiner oogden? We liepen naar de douane en konden het niet laten om onze pas te versnellen en af en toe even gehaast over onze schouder te kijken, alsof we bang waren dat we alsnog terug geroepen konden worden… Eenmaal de paspoortcontrole voorbij durfden we opgelucht adem te halen. Geen weegapparatuur meer te zien en onder het genot van een cappu begon het grote overladen en terugleggen van zware spulletjes…

Vliegtuig_home Het verhaal van de overtocht zal ik jullie besparen. Die verliep saaigoed! Zelfs in de totaal 19 uur vliegen hebben we maar een keer onze riemen moeten aandoen vanwege een beetje turbulentie! Te verwaarlozen dus. We vlogen met de nacht mee, dus konden we af en toe eens even lekker onze ogen dicht doen. Voor mijn gevoel heb ik niet geslapen, maar Yvonne beweert het tegendeel. Ik heb in ieder geval wel een prima film gezien: Bobby, over de levens van een aantal mensen in het Ambassadors Hotel in Los Angeles op de dag dat Robert Kennedy er op bezoek komt en uiteindelijk wordt neergeschoten. Erg mooie en dramatische film, een aanrader! Ook heb ik kennisgemaakt met de serie House, over een briljante neuroloog, gespeeld door Hugh Laurie. Zeker eens kijken of ik die in Nederland ook eens kan oppikken.

Op Schiphol stond Annemieke, een goede vriendin van Yvonne die haar (vanwege een niet te ontkennen gelijkenis) ‘Zus’ noemt, ons op te wachten. Zij bracht ons naar mijn huis en daar zaten mijn ouders al op ons te wachten. Ik geloof dat ik op het moment van onze binnenkomst mijn moeders gezicht zag veranderen in een ontspannen gezicht van opluchting. We waren er, gezond en wel. Het zonnetje kwam door, de tuindeuren gingen open, twee kikkers sprongen in de vijver, de geur van Nederlandse zwarte koffie prikkelde mijn neus. Lente in Nederland, ik ben weer terug.

11 April 2007
By on 06:36
Zondag 8 april, eerste Paasdag

Perth huilt, althans de lucht boven Perth. Vanmorgen werd ik wakker van het aanhoudend geroffel van de regen op het dak van de camper. Zou het dan echt zo zijn dat de weersomstandigheden een afspiegeling zijn van je gemoedstoestand? Is het waar dat wanneer je aan leuke dingen terugdenkt, de zon in je herinneringen altijd scheen op dat moment?

Ondanks de regen en de dreiging ervan, hadden wij geen zin om op het Caravan Park te blijven, hoe aangenaam het er ook is. Een dagje rust is leuk, maar om nou twee dagen een beetje nutteloos rond de camper te hangen was teveel van het goede. Daarom zaten wij om negen uur alweer bij de bushalte om naar de stad te gaan. Een beetje angstvallig hielden we de uitgang van de camping in de gaten, want onze ‘aanwezige’ Nederlandse buurman had blij verrast gekeken toen wij hem vertelden dat de busverbinding naar de stad uitstekend was. Misschien hadden we hem op een idee gebracht, vreesden we… Wat ik eigenlijk niet mag aan deze man, is zijn blijkbare trots om alles goedkoop te doen en overal een slaatje uit te slaan. Zo vertelde hij vanmorgen dat je uitstekende en goedkope maaltijden hier in de ziekenhuizen kunt krijgen! Hoe weet je dat als je dat niet hebt uitgeprobeerd? Ook het feit dat hij niet luistert naar wat je vertelt en alleen maar zijn eigen verhaal wil vertellen (hij vroeg vandaag voor de zoveelste keer wanneer wij naar Nederland vertrokken) maakt hem een van de dingen die wij niet zullen missen als we in het vliegtuig naar huis zitten…

We waren al heel vroeg in de stad en alles zag er tamelijk doods en leeg uit. De verlaten straten toonden de blijkbaar universele daklozen die met hun plastic zakken en bierblikjes hun nachtverblijf hadden verlaten en een plek zochten om de dag door te brengen.

Koffiehuis Onze eerste cappuccino dronken we in een koffiehuis met allerlei soorten versgebrande koffie. Aan het plafond hingen waaiers die met een aandrijfas heel rustig heen en weer bewogen en de zaak van koelte voorzagen. Het was een sfeervol onderkomen en de cappu met een gecomprimeerde vruchtenbrok smaakten heerlijk.

Daarna wandelden we naar het Museum of Western Australia, waar een aantal mooie exposities te zien waren, onder andere over het ontstaan van de aarde, de ontdekking en ontginning van Western Australia en, daar onlosmakelijk mee verbonden, een expositie over de aboriginals en hun relatie met de overheersende kolonisten. Het is werkelijk te pijnlijk om te zien hoe de blanken hier zijn gekomen en hoe mensonterend ze de bevolking hebben behandeld. Als criminelen en dieren werden ze achter hekken geplaatst, te dom geacht om te werken en te leren. Een berucht onderdeel van de geschiedenis is de ‘ontvoering’ van aboriginal kinderen van hun ouders vandaan om in opvoedkampen het Christelijke geloof en de Christelijke moraal bijgebracht te krijgen. Als je bedenkt dat zulke praktijken nog tot in 1970 zijn doorgegaan, dan kun je goed voorstellen dat de Australiërs een keer per jaar een nationale ‘excuusdag’ in het leven hebben geroepen. Maar de centrale regering heeft nog steeds geen officieel excuses aangeboden.

Artdeco Na het museum wandelden we even door de nabij gelegen wijk Bridgenorth. Dit is de uitgaanswijk van Perth, maar ook het Chinatown. Bijna alle naamborden van de restaurants zijn in het Chinees weergegeven en het overgrote deel van de wandelaars zijn chinezen. De gebouwen in de wijk lijken een beetje op de Art Deco-gebouwen uit Los Angeles: grote vlakken, brede banen, afgeronde letters, Artdilly pastelkleuren en palmbomen. Het had wel een zekere charme. Ofschoon het niet enorm druk was, was er een Chinees visrestaurant waar de klanten in de rij voor de deur stonden. Tussen de ramen en de etende gasten zwommen krabben, kreeften en diverse soorten alen. Er lagen visnetjes bij de watertank, dus ik neem aan dat mensen konden aangeven welk waterdier zij op hun bord terug wilden zien.

Bloemenjongen We verbleven de rest van de middag in de stad en kochten nog de laatste cadeautjes voor de folks back home. Ofschoon ik me altijd voorneem zo min mogelijk mee te nemen, denk ik dat de koffer weer tamelijk vol en zwaar zal zijn. Ik heb voor mezelf al bedacht wat ik morgen zal aantrekken en welke dingen ik in mijn jaszakken zal stoppen. Ik hang de meest zware versie van mijn camera (met telelens en flitser) om mijn hals, zodat ik bij het inchecken relatief minder gewicht heb. Zijn we eenmaal de incheckbalie voorbij, dan zal ik mezelf als de kerstboom op 1 januari aftuigen en alles in mijn handbagage overplaatsen. Het zal even puzzelen worden, maar ik heb goede hoop dat ik alles kan meenemen zonder te hoeven betalen voor het extra gewicht. En misschien valt het ook wel gewoon mee… We zullen zien.

Ik denk dat dit voorlopig het laatste bericht was vanuit Australië. Het zit erop, we zijn 4,5 week verder en meer dan 5000 kilometer op de teller opgeschoten, drie tijdzones dichter bij Nederland. De vlucht naar Kuala Lumpur zal dan ook beduidend korter zijn dan de tocht naar Melbourne. In Kuala Lumpur hebben we gelukkig maar anderhalf uur om over te stappen, en dan nog 12,5 uur op weg naar huis. Zojuist hebben we vernomen dat Annemiek, ‘zus’ van Yvonne, ons zal ophalen van Schiphol. Erg prettig, dat scheelt een hoop gedoe met de trein en overstappen.

10 April 2007
By on 14:30
Perth en Fremantle, architectuur en drukke gezelligheid

Ik had het beloofd! Vanuit huis in Voorschoten, waar ik vanmorgen 10 april in alle vroegte en in blakende gezondheid ben aangekomen, maak ik nu de laatste dagen van mijn weblog af.

Na een dag van min of meer gedwongen rust, was het erg prettig om vandaag weer op pad te gaan. Dat had aan de ene kant te maken met ons reisdoel, Perth en Fremantle, en aan de andere kant met de aanwezigheid van een stel nieuwe Nederlanders die ons blijkbaar hebben omarmd vanwege onze veel betere kennis van Engels en onze getoonde interesse.

Toen wij gisteren even bij de receptie waren, kwam er een wat ouder Nederlands stel binnenrijden. De man sprak gebrekkig Engels en probeerde dat te compenseren door steeds harder te praten. Aangezien de camping vol was, moesten zij genoegen nemen met een plaats zonder stroom en water. Dat is op zich niet zo’n probleem, in een camper ben je redelijk van alle gemakken voorzien, maar tijdens onze eerste ontmoeting had hij ons al verteld dat zijn vrouw Parkinson had, een tikje depressief is en dat hij heel erg veel zin had om naar Nederland terug te keren. Hij noemde zichzelf een echte ritselaar maar vanwege zijn gebrekkige Engels lukte het hem hier niet zo goed. Vanwege zijn accent (hij komt uit Amerongen) kon ik hem al bijna niet verstaan in het Nederlands, laat staan in het Engels.

De tweede keer dat hij binnen een uur bij ons langskwam, zei hij dat hij wel even ging regelen dat hij ergens anders kon gaan staan omdat de medicijnen van zijn vrouw gekoeld moesten worden. Ik bood aan om even met hem mee te gaan naar de receptie om hem te helpen. Dat vond hij een goed idee en volgens mij maakte dat voorstel mij tot een zeer goede vriend. Het is ons gelukt om hem op een plek met elektriciteit te krijgen, maar zowel Yvonne als ik zijn blij dat hij niet naast ons staat. Als hij ons ziet, lijkt het net alsof hij wil doorlopen, maar hij komt steeds terug om nog even iets toe te voegen op wat hij eerder al had gezegd. Sommige mensen kunnen in al hun onschuld en onnozelheid vreselijk vermoeiend en soms ook irritant zijn…

Architectuur_in_perth Vanmorgen hadden Yvon en ik de bus van 9 uur naar Perth. We stapten uit in het centrum van Perth en konden alleen maar omhoog kijken naar de wolkenkrabbers. Er staan een paar enorm hoge gebouwen en die steken prachtig af tegen de hardblauwe lucht met witte vlokwolken. Als er iets is dat ik kenmerkend vind voor Australië dan zijn dat de prachtige luchten. Het lijkt wel alsof de lucht hier hoger staat dan thuis. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar de lucht en de sterren zijn zo helder, dat het aan de ene kant lijkt alsof je ze zo kunt aanraken terwijl het tegelijkertijd ongelooflijk ver weg lijkt te zijn.

In verband met Pasen en onze ervaringen gisteren op Goede Vrijdag, vroegen we bij een informatiehuisje aan wederom een vriendelijke oude dame die als vrijwilligster mensen te woord staat, hoe het stond met de winkelopeningen in Perth en Fremantle. We hadden namelijk ook morgen nog om door te brengen. In Fremantle zou bijna alles op beide dagen open zijn, in Perth voornamelijk vandaag. Daarom besloten we, na een cappuccino, ons dagelijkse levenselixer, om eerst het centrum van Perth eens door te lopen. Net als alle centra van grote steden in de Nieuwe Wereld, bestaat het centrum uit elkaar haaks kruisende straten. De winkelstraten zijn autovrij en bestaan uit mooie, goed verzorgde en schone winkels. Wel veel dezelfde winkels als in alle steden, maar het oogt allemaal zeer aangenaam en uitnodigend. Zo uitnodigend dat we ons hebben laten verlijden om in een winkel nog wat spullen belastingvrij te kopen die we op het vliegveld, na de paspoortcontrole kunnen ophalen.

Koperen_kangaroes Het centrum van Perth heeft veel parken met leuke beelden, van bijvoorbeeld larger than life kangaroes. Opeens leken we echter in een winkelstraatje in Engeland te lopen. Een leuke winkelpassage was slechts te bereiken door een poortje in een Engels vakhuis, compleet met wapenemblemen en een bewegend klokkenspel van Sint Joris en de Draak. De sfeer in het drukke centrum van Perth was erg ontspannen: er zijn veel terrasjes en het publiek is zeer gevarieerd. Soms is het moeilijk om aan te geven wat toeristen zijn en wat ‘Australische staatsburgers’ want de samenstelling van de bevolking is zeer gemêleerd.

We namen de trein naar Fremantle, de havenstad van Perth, aan de Indische Oceaan. De trein zat vol met mensen die eruit zagen alsof ze gezellig naar de stad of naar het strand gingen. Toen we het station van Fremantle uitkwamen, hoefden we eigenlijk alleen de mensen maar te volgen. De straat die bij het station uitkomt, loopt rechtstreeks naar het oude en drukke centrum van Fremantle. Fremantle is vooral bekend vanwege de overdekte markt. In een groot gebouw zijn diverse soorten markten ondergebracht: allereerst een vis- en vleesmarkt, een groenten- en fruitmarkt en daartussen een allegaartje van stalletjes met kralen, koffie, kunstvoorwerpen, souvenirs, leer, tarotlezers en voedsel en snoep. Het gevoel van Pasen komt naar voren door de Koffie_in_market verkoop van eieren in allerlei soorten, maten en samenstellingen. Bij het stalletje waar koffiebonen in diverse aroma’s werden verkocht, had een verkoopster Bunny-oortjes opgedaan. Naast de vele toeristen zijn er ook gewoon de mensen die er hun boodschappen doen. De fruitkramen zien er prachtig uit: vol kleur van de diverse vruchten en alle varianten groen van de groenten. Tussen alle kraampjes lopen ook Fruitmarket diverse muzikanten rond. De een geef je wat omdat die Eleanor Rigby van de Beatles Muzikant zeer verdienstelijk op viool en kist spelen, de ander geef je wat in de hoop dat die daarmee voldoende verdiend heeft en stopt met spelen. Er zat ook een trio, hoogstwaarschijnlijk vader, moeder en dochter, die een mix speelde van Keltische, zweverige muziek en Afrikaanse ritmes. Ik moet eerlijk toegeven, en misschien beledig ik sommige mensen hiermee, dat ik een beetje iebel van dit soort muziek word. Het is niet eens zozeer de muziek, als wel de mimiek van de muzikanten. Ook deze muzikanten hadden een soort hemelse blik over zich, alsof ze helemaal opgingen in hun muziek en volledig van de wereld waren. De overdreven wilde bevlogen bewegingen gecombineerd met hun niets ziende, omhoog gerichte ogen geven me helemaal kippenvel. ‘Kijk ons eens goed en fantastisch bezig zijn en gelukkig zijn…’ Alsof ze helemaal de essentie en het wezen van die muziek begrijpen en wij gewone stervelingen niet. Yuk, sorry hoor. Soms moeten mensen dat gewoon maar niet doen. Net zo goed als dat ik vind dat blanken niet overdreven moeten opgaan in Yemba-spelen of authentieke Afrikaanse dansen doen met veel schudden van ledematen, hoofd en haren. En als ze dan ook nog met Afrikaanse kleding en kraaltjes rondlopen en zich ‘Afrikaan’ voelen, dan moet ik een beetje aan de sketches van Arjan Ederveen en Jiskefet denken.

Artiesten Fremantle heeft ook een groot aantal straatartiesten dat met veel bombarie en humor grote hoeveelheden toeschouwers aan zich weet te binden. En dat allemaal in een rookvrije omgeving, ook buiten! Overal staan borden en vaandels die aanwezigen verzoeken om niet te roken. Het publiek bestaat uit de ‘gewone vakantietoeristen’, maar ook uit hippies met rastaharen en ingevlochten kraaltjes, gebleekte broeken en gescheurde shirts, honden los met hun meelopend of aan een touw, op blote voeten of op slippers. Daarmee onderscheiden ze zich dan weer niet van de doorsnee Australiër…

Van al dat lopen en slenteren waren we tamelijk vermoeid geworden en besloten we maar terug te gaan naar de camping. Het begon al te schemeren en voordat we het park opliepen, namen we nog een cappu bij de Deli van het park. Het zijn vriendelijke mensen en ze kennen ons al. De cappu had ook nog het voordeel dat we bijna in het donker bij de Kea aankwamen en zo, ongezien voor mogelijk om een praatje verlegen zittende landgenoten, nog even buiten konden zitten.

Wat we morgen gaan doen weten we nog niet. Misschien zelfs nog wel een keer naar Fremantle, misschien blijven we ook gewoon rustig hier. Morgen moeten we in ieder geval onze koffers pakken en kijken hoe we het gewicht gaan verdelen. Wij hebben geen van beiden zin om extra te moeten betalen voor overgewicht, dus ik vermoed dat ik maandag dubbele lagen kleding aantrek en mijn jaszakken onopvallend vul met zwaardere artikelen. Sowieso gaat mijn fotocamera om mijn nek en hou ik mijn boek in mijn hand. Zo moeten we de incheckmensen een beetje voor de gek houden. Het zal wel lukken… Het lijkt trouwens zo ongelooflijk lang geleden dat wij hier zijn aangekomen. Gisteren zat ik even mijn foto’s van de eerste dagen te bekijken en sommige dingen lijken eerder maanden geleden dat weken. Ook het leven thuis in Nederland en Voorschoten lijkt mijlenver en jaren geleden. Weet je dat ik zelfs niet meer zou weten hoe ik mijn auto in de achteruit moet zetten? Ik neem aan dat als ik in de auto zit, ik het direct weer weet, maar nu, zittend in de Kea, weet ik niet of de achteruit links achter of rechtsachter zit. Gek hè?

Nog een beetje droevige observatie, is dat de tv-programma’s totaal niet afwijken van in Nederland. Uiteraard zijn er de series als CSI en Law & Order, maar ook de Australische variant van Groeten uit de Rimboe, Lotte (Ugly Betty), Jouw vrouw mijn vrouw, De zwakste schakel, reality-programma’s over kinderen met opvoedproblemen, kortom alle pulp waar ik thuis ook al niet naar kijk, is hier ook. Best wel triest…


By on 14:27
De laatste loodjes

Maandagmorgen op het caravanpark in Perth. Het is ons niet gelukt om de draadloze verbinding in ere te herstellen, dus het laatste bericht met foto’s hou je tegoed als ik weer in Nederland ben en het bericht zal plaatsen. Het moet wel een beetje in stijl eindigen, vind ik: dus met verhalen en met foto’s!

Nu kan ik alleen maar afsluitende opmerkingen maken, over hoe mooi het allemaal was en hoezeer we hebben genoten. Dat we meer dan 5000 kilometer hebben afgelegd, lekker (maar kort) hebben geslapen en meer van die dingen, maar eigenlijk heb ik daar niet zo’n zin in. Afsluitende woorden hebben ook iets definitiefs.

Wel wil ik je vertellen dat ik vandaag meerdere lagen kleding aan heb, omdat ik vandaag moet inchecken en niet wil dat mijn koffer te zwaar is. Daarom loop ik ook met mijn camera in zwaarste uitvoering op het vliegveld: met telelens en flitser in de aanslag. Scheelt zeker weer bijna twee kilo. Ik verwacht overigens niet dat we moeite zullen krijgen.

Goed, finito, voor het improviserende gedeelte. Morgen, op dinsdag, maak ik vanuit mijn zolderkamer de verhalen af. Dan is het pas een passende afsluiting!

9 April 2007
By on 01:08
Dagje op de camping…

Het is nu Goede Vrijdag en het leven ligt hier stil. Naast eerste kerstdag is dit de dag waarop bijna iedereen vrij is. Er rijden bijna geen bussen naar de stad, alles is dicht, dus vandaag blijven we hier. Wasje draaien, lezen en een beetje rondhangen. Vanavond eten we waarschijnlijk hier. Het caravanpark heeft een Deli waar ze goede maaltijden maken tegen weinig geld. Vanavond staat Tuna Casserol op het menu. Ook hier hangt een prachtig menubord in de Deli. Er is een man die voor zijn beroep zulke borden maakt. Hij neemt het menu mee en maakt er een prachtig bord van, met tekeningen van schoolkrijt. Toen ik de eigenaars vroeg wat er dan gebeurt als de prijzen veranderen, antwoordden zij dat hij dan speciaal langskomt en de prijzen voor je aanpast. De eigenaresse heeft trouwens Nederlandse ouders. Ik heb haar verteld over de charme van Haarlem en Utrecht. Het belooft een hele rustige en ontspannen dag te worden. We kunnen gewoon niet veel meer doen…

Morgen gaan we naar Fremantle, naar de beroemde markten.

Goede Vrijdag, een dagje op het Caravan Park

Er was geen ontkomen aan… Goede vrijdag in Australië betekent een bijna volledige stilstand van iedere vorm van openbaar leven. Bussen rijden slechts eens per twee uur en ongeveer alle winkels zijn dicht. Het was dus de ideale dag om rond de camper het een en ander te doen, zoals wasjes draaien, lezen en verder? Vooral luieren.

Kea_in_perth Ik moet zeggen dat ik er erg aan moest wennen. Na dagen van rijden, mooie en interessante zaken bezoeken en schitterende landschappen zien, viel het verblijven rond de camper me een beetje zwaar. Ik liep een beetje onrustig heen en weer en kon me moeilijk zetten tot iets constructiefs. Toen ook nog bleek dat het niet mogelijk was om hier draadloos te internetten, leek ik mijn tijd te moeten slijten in ledigheid. Maar met een boek en een cappuccino uit de Deli hier op het terrein, kwam ik toch een eind. Als je zo zit te lezen, ben je ook in staat om alles en iedereen een beetje te observeren. Dat bleek toch ook een prettige dagvulling. Hoe liggen de verhoudingen binnen gezinnen, hoe gedragen de kinderen zich, zijn de diverse nationaliteiten te herkennen op clichés, hebben alle Australiërs tatoeages, drinken ze inderdaad allemaal bier en dragen ze slippers? Leuke zaken om te melden zijn Grasmaaier dat sommige Nederlanders het erg leuk vinden om met landgenoten te praten en anderen hardnekkig stommetje spelen en absoluut niet willen laten merken dat ze landgenoten zijn. Australiërs dragen inderdaad bijna allemaal slippers. Dat is misschien ook de reden waarom het hier allemaal wat relaxter gaat. Op slippers kun je nou eenmaal niet heel erg hard lopen. Ook de observatie over de tatoeages lijkt toch wel voor meer dan de helft te kloppen. Favoriete plekken voor tato’s zijn uiteraard de armen, vanaf de hand tot ver over de schouders, maar ook veel benen zijn versierd met de versieringen. Ook dragen veel mannen een woeste baard, zoals de zangers van de Amerikaanse Rockband ZZ Top. Voeg die tato’s samen met de baarden, woeste haren en de zonnebrillen die aan hun hoofd zitten vastgegroeid en je zou op het eerste gezicht kunnen denken dat het allemaal ‘rowdies’ zijn. Het leuke is dat dat nou allemaal wel weer meevalt. Ze zijn vaak erg vriendelijk en lief voor hun moeder en hond. Hoe ze tegenover hun partner zijn durf ik niet te zeggen…

Na de koffie en wat schrijven en lezen, besloten Yvonne en ik even naar het winkelcentrum te lopen om te zien of we nog iets voor de lunch konden inslaan. De wandeltocht van ruim een kilometer ging ook langs een tuincentrum dat open was. In het winkelcentrum was alles dicht, op de videowinkel en de Subway na. De Subway is een keten van broodjeszaken die stokbroden verkoopt, in twee maten: 6 inch (ongeveer 18 centimeter) of een foot (ongeveer 30 centimeter). Ofschoon het niet druk was, werkten er vijf dames achter balie: een pakte de broden, de ander legde het hoofdbeleg erop, de derde voegde alle salade-ingrediënten toe, de vierde sneed het brood in tweeën en pakte het in en de vijfde rekende af. Het jeugdbeugeltje van de caissière glom toen ze ons vriendelijk goeiedag wenste. Yvonne en ik zaten vreemd te kijken toen het meisje, dat volgens mij niet veel ouder was dan 14 werd opgehaald door een stoere en stoffige Hells Angel. Hij trok haar een leren jack aan en zette haar een helm op en reed met haar achterop weg. We zijn er nog steeds niet over uit of het haar vader, broer of vriend was…

Op de terugweg wandelden we even bij het tuincentrum binnen en dat was een leuke ervaring. Mooie en sterk geurende planten die bij ons moeilijk te krijgen zijn, maar ook de ‘gewonere’ planten en struiken. Ik denk dat we hier nog wel een keertje terugkomen, want ze schonken er ook cappuccino.

Op de camping zwommen we nog wat, checkten onze mail en gingen lekker borrelen. We hoefden niet te koken want we hadden Tuna Casserole besteld bij onze Deli. Die was goed te eten, maar we hadden samen aan een portie genoeg, dus morgen eten we waarschijnlijk ook nog tonijn.

De rest van de avond keken we een beetje naar de prachtige sterren en lazen nog wat. Ik schreef dit en Yvonne keek naar een film. Morgen zal er ongetwijfeld weer een drukkere dag komen omdat we besloten hebben met het openbaar vervoer naar Fremantle te gaan: bus en trein en terug. We’ll see…

7 April 2007
By on 10:38
Perth, Rottnest Island en nieuwe vrienden

Vandaag schrijf ik eens een combinatieverslag van de twee afgelopen dagen. Die kunnen mooi een keer samen, want over woensdag valt niet zoveel te zeggen. Het was een beetje een saaie, noodzakelijke reisdag. Toch zijn er wel wat leuke dingen over te vertellen.

Zoals bij de benzinepomp, waar wij al vroeg gingen tanken. Een medetanker vroeg ons waar we vandaan kwamen, en eigenlijk bleek dat vragen naar de bekende weg, want hij kwam zelf ook uit Nederland, maar dan wel 28 jaar geleden. Zoals ons al zo vaak is overkomen deze vakantie, ontspon zich een leuk, ontspannen en informatief gesprek. Als mensen je aanspreken, betekent dat aan de ene kant dat ze geïnteresseerd in je zijn, maar aan de andere kant ook dat zij graag willen vertellen waar zij vandaan komen.

In Bunbury vonden we een plek waar we ons weblog konden bijwerken. In een oude stationsrestauratie zaten we tussen een gemêleerde clientèle: een moeder die al om 10 uur aan de patat en kipkluifjes zat, een ongelooflijke machoman met een gedweeë Aziatische vrouw, een oudere dame die steeds door haar echtgenote werd gecorrigeerd en aboriginals die om de haverklap binnenkwamen voor wisselgeld. We wandelden wat door het centrum van het dorpje, maar echt gezellig was het niet: de winkels waren rechttoe rechtaan en de trottoirs breed. Op zich alle ingrediënten die normaal gesproken voor enige animositeit zorgen, maar het was hier te jong, te nieuw, te steriel, te leeg.

Gelukkig voor Yvonne konden we even de heerlijke geur van leer opsnuiven in Horseland, een winkel waar zij een hoed wilde kopen voor Rein, die op haar katten past. Daarna gingen we serieus op pad. SproeienWe reden door een aantal nationale parken maar ook door landbouwgebieden waarvan er enkelen werden besproeid. In Bunbury had men ons aangeraden om te lunchen in Mandurah, een gezellig plaatsje aan een grote inlet, een baai die door een nauwe doorgang met de zee verbonden is. Al ruim voor Mandurah reden we door grote wijken met allemaal nieuwe woningen. Allen groot en veel aan het water, maar met erg kleine tuintjes. Ik had het gevoel dat de wijken helemaal naar Amerikaans model waren neergezet: snel en clean, zonder enige fantasie. De namen van de wijken waren ook al Amerikaans: Florida Beach, Miami Harbor enzovoorts. Ik zou er niet willen wonen…

Meeuwen_mandurahHet centrum van Mandurah lag inderdaad rondom het water. Talrijke restaurantjes keken uit over een brede groene strook met gras en bomen naar het water. Bij een van de restaurantjes namen we plaats op het terras en bestelden lunch. Vanaf de rand van het terras zaten meeuwen met grote interesse naar de vorderingen van de lunchers te kijken. Op het moment dat er een tafel vrij kwam (iedereen bestelt en Meeuw_en_profilbetaalt vooraf zodat je direct kunt weglopen als je klaar bent), vielen de meeuwen krijsend aan en schrokten alles snel op. Op een gegeven moment zaten er weer twee te bekvechten en restantpatat weg te werken toen er nieuwe klanten het terras op kwamen. De meeuwen vlogen op en moesten de nieuwkomers ontwijken, waardoor er een een andere luncher raakte die daarvan zo schrok dat hij gloeiend hete koffie over zijn broek gooide. Afgezien van de hitte in zijn kruis had de meeuw hem ook flink op zijn voorhoofd geraakt, want de man moest er constant aan wrijven.

Perth was nog 77 kilometer weg en op de kaart had ik al gekeken hoe we moesten rijden naar onze camping in Forrestfield. We waren dus blij dat we nog een plek gevonden hadden gezien de drukte met Pasen. We checkten in en toen we op onze overflow plek aankwamen (wel stroom maar geen water), zagen we Joe, de eigenaar. Joe zag mijn Guinness-shirt en vroeg waar ik vandaan kwam. Hij kwam uit Ierland en was gek op Guinness, wat ook wel een beetje te zien was. We stonden even te praten en toen riep hij naar een andere campinggast dat zij even moest komen. ‘You will have to meet her’ en tegen haar: ‘Annie, come talk Dutch!’ Annie kwam en was een en al woord: Engels-Australisch met een Brabants accent. Ze kwam ooit uit de omgeving van Boxtel en als zij Nederlands sprak, was dat nog met een onvervalste Brabantse tongval. Toen wij even later geïnstalleerd waren, kwam zij ons speculaasjes brengen. Ik had de stellige overtuiging dat wij haar nog wel vaker zouden zien.

Toen we in de schemer zaten te eten, kwam er een man een beetje verdwaasd en breed gebarend op ons afgelopen. Hij maakte ons duidelijk dat hij doof was en met een aantal andere doven reisde en dat het licht het in hun camper niet deed. In het donker is het moeilijk liplezen of gebarentalen… Yvonne en ik gingen kijken maar konden geen switch vinden die de oplossing zou brengen. Terwijl ik met hun camperverhuurder aan het bellen was, werd er ineens op een meest onlogische plek een switch gevonden en zagen wij het licht! Er werd die avond nog veel gepraat, maar niemand had er last van. Zij bleken een doven-bowlingteam te zijn dat meedeed aan de bowlingkampioenschappen voor doven in Perth. 

Zonsondergang_perthNa het avondeten zaten we nog steeds buiten te lezen, toen Annie met haar man Albert kwamen aanlopen, twee tuinstoelen meeslepend. Annie had een plastic glas met kleurige papegaaien in de ene hand en de onafscheidelijke sigaret in de andere hand. Albert had zijn blikje beer in zijn koeler (stubby holder) en sleepte de stoelen met zich mee. Annie en Albert woonden al een tijd op deze camping en kenden iedereen die hier stond. Ongeveer de helft van de gasten staat hier min of meer permanent, omdat er hier in de omgeving werk genoeg is. Vooral de mijnen (goud, opaal, koper) zijn grote werkverschaffers. Alle gasten die langskwamen werden aangesproken en al snel leerden wij wat ‘regulars’ kennen. Mel uit Engeland die met zijn stretched Mercedes gasten vervoerde en iedere zin afwisselde met een ietwat belegen en voorspelbare grap, Tibor die bluspiloot was en gezien de komst van zijn vrouw binnenkort alvast zijn caravan aan het opruimen was (plastic zakken met lege flessen wijn en blikjes bier) en een aantal Duitse jongeren dat hier stond om geld te verdienen. Albert hoefde allang niet meer te werken, maar kon moeilijk stilzitten. Hij werkte nu als ontwerper van kledingkasten en had een van de Duitse jongeren een baan bezorgd als kledingkastenmonteur. Hij vertelde in een combinatie van onvervalst Australisch en Brabants wat men hier zo gemiddeld verdient. Dat wil je niet weten! Vanwege de mijnen is er moeilijk aan personeel te komen, dus de lonen liggen erg hoog. De wegwerkers, waarover ik een aantal dagen geleden nog schreef, de mannen die met een bord aangeven of je mag doorrijden of niet, tikken al snel 150.000 dollar per jaar binnen, met lagere belasting als bij ons. Veel vrouwen werken hier als chauffeur van waterwagens die de wegen nat houden: salaris ongeveer 200.000 dollar. Geeft je toch te denken over wat je in Nederland aan het doen bent. Toch is het niet zo heel makkelijk om in Australië te werken. Een bedrijf moet je uitnodigen en garant voor je staan en je moet het nodige kapitaal hebben om voor jezelf te zorgen en niet direct bij de Staat aan te hoeven kloppen.

Het was erg gezellig en ik moest af en toe ongelooflijk lachen om de combinatie van hun taalgebruik: ‘Da heddege toch never imagined dadda zou happenen…?’, ‘Man, I piss myself completely nat from laughing!’ Hoe meer Nederlands we spraken, hoe meer het Brabants terugkwam.

Maar de wetten van de camping zijn streng: om tien uur ’s avonds gaan de lichten uit en de mensen naar bed. Geen overlast van luidruchtige medekampeerders. Wij moesten trouwens ook naar bed, want vandaag zouden wij vroeg worden opgehaald om naar Rottnest Island te gaan. Om 6.50 uur zou de bus klaar staan, dus we moesten voor de tweede keer deze vakantie de wekker zetten…

Niet alle mensen op de camping zijn overigens van die feestnummers. Er loopt ook een aantal, zeg maar gerust, enorm saaie dozen rond. Die niet op of om kijken, die niet afwijken van de vaste wandelroute van en naar de douche. Er is hier een stel dat wij alleen nog maar met stapels wasgoed heen en weer hebben zien lopen. En ofschoon ze bijna over ons struikelen om bij het washok te komen, kan er geen groet of vriendelijk woord af. Zij heeft de broek aan, hij loopt een beetje als een sulletje met de wasmand in zijn handen achter haar aan. Als ik ooit zo word, zeg het me tijdig of schiet me neer…

Van woensdag op donderdag hebben we onrustig geslapen. Omdat we al om tien voor 7 zouden worden opgehaald om naar Rottnest Island te gaan, hadden we de wekker gezet. Maar je slaapt dan toch altijd anders. In ieder geval waren Yvonne en ik ruim voor het afgaan van de wekker wakker en stonden we, zoals aangeraden door Julie, de schattige dame achter de receptie met haar haar helaas te strak in een knotje maar met lachende ogen, ruim van te voren klaar. Maar wie of wat er ook kwam, geen busje van Rottnest Island Tours. Ik belde en kreeg een antwoordapparaat. Op zulke momenten ben ik blij dat ik een Australische telefoonkaart heb gekocht en dat er gratis nummers zijn. Onze campingbeheerder kwam er aan en die belde ook. Het bleek dat Island Tours vergeten was aan de chauffeur door te geven dat er vier mensen mee moesten in plaats van twee. Het betekende ook dat hij ruim voor tien voor 7 aanwezig was geweest, anders hadden wij hem zeker gezien! Op aanraden van de organisatie belden we een taxi en die reed ons door de ochtendspits ruim voor vertrek naar de ferry.

PerthWe stapten op bij het beginpunt van de Ferry, aan de rand van het centrum van Perth. De boot voer langzaam over Swan River richting Fremantle en ondertussen hadden we een prachtig uitzicht op de meer kapitaalkrachtige bevolking van Perth. Er stond hier een huis te koop met een marktwaarde van ongeveer 85 miljoen dollar. Het lag er ook wel mooi bij, moet ik zeggen.

De overtocht naar Rottnest Island verliep rustig. De Oceaan was als een spiegeltje zo glad en de zon stond strak aan de blauwe hemel. We boekten aan boord al een onderwatertour langs diverse koralen en wrakken voor de kust van Rottnest, ‘Rotty’, in de volksmond genoemd. Het leek erop of er nog een wrak zou bijkomen, want we waren getuige van een reddingsoperatie: een pleziervaartuig was tegen het Quokkarif gelopen en was aan het zinken. Altijd spectaculair. Vanaf de boot zag Rotty eruit als een waddeneiland: duinen en niet al te veel begroeiing. Het verschil met bijvoorbeeld Texel is dat er op Rotty Quokka’s rondlopen. Quokka’s zijn kleine kangaroetjes die eigenlijk veel op een uit de kluiten gewassen rat lijken. Vandaar ook dat de Nederlanders die rond 1600 dit eiland ontdekten het eiland ‘Rattennest’ noemden. 

Thompson_bayDe boot van de onderwatertour lag aan dezelfde steiger als waaraan de Ferry aanmeerde. We gingen aan boord en werden de buik van het schip ingeleid, waar we in een soort aquarium kwamen te zitten, met dien verstande dat het water aan de buitenkant was. Eerlijk gezegd viel de tocht een beetje tegen. Img_0369Gezien de gematigde temperatuur van het water, is het koraal hier niet zo uitgesproken in kleuren als de plaatjes die je van koraal in gedachten hebt. Geen felgekleurde vissen als bijvoorbeeld Nemo, maar grote vissen. Toch was het wel aardig, want op een gegeven moment werd er voer in het water gegooid en werden we omringd door haringen en een ander soort vissen, Buffalo Something… Joekels van vissen, maar niet geschikt voor consumptie. We voeren over de met koraal begroeide wrakken en keerden terug naar vasteland.

Thompson Bay is een klein dorpje met gele huizen waarin voornamelijk op bezoekers gerichte winkeltjes huizen: een supermarkt, een souvenirwinkel, een Subway en Red Rooster. Tussen de tientallen scholieren op schoolreisje, vissers en fietsers liepen wat quokka’s rond. Het zijn geen dieren die een erg energieke en slimme indruk maken. Ze schuifelen een beetje suffig tussen de benen van de mensen door, laten zich over hun hoofd krabben en eten een blaadje of alles wat ze kunnen vinden. Aangezien er niet al te veel regen gevallen was, hadden ze het niet erg gemakkelijk gehad.

We wandelden even door het dorpje (dat onder andere gediend heeft als gevangenis voor zowel blanken als aboriginals) en begaven ons naar de plek waar onze lunch geserveerd zou worden als onderdeel van onze dagtour. Het lopend buffet was in het restaurant van een motel en was prima verzorgd. We aten aan de rand van het zwembad en werden nauwlettend gadegeslagen door meeuwen. We lieten het echter niet zo ver komen.

In afwachting van onze tour over het eiland, wandelden we naar een van de 68 baaien van Rotty, aan alle kanten ingehaald door fietsers met lullige schuimplastic valhelmpjes. Daar wil je als Nederlander, die als het ware op de fiets geboren worden, nooit mee gezien worden… Bijna overal op het eiland kun je snorkelen. Als je over het water uitkijkt, zie je de buisjes van de snorkels boven water uitsteken.

De tour over het eiland was aardig, maar niet bijzonder. Eigenlijk vond ik het hele eiland niet heel erg bijzonder. Het was inderdaad een beetje een waddeneiland, met wat rotsen en iets andere begroeiing dan bij ons. De beloofde dolfijnen en zeehonden lieten zich ook niet zien en toen het nog begon te regenen, was er helemaal niets meer te zien. Toch was het wel de moeite waard. Maar tegen mensen die twijfelen of ze Rottnest Island gezien moeten hebben, zou ik zeggen: als je in tijdnood zit, ga gewoon een keer naar een van de waddeneilanden. Volgens mij krijg je eenzelfde ervaring en de quokka’s kun je erbij fantaseren.

Het busje stond klaar om ons naar het caravanpark te brengen. Ook andere bezoekers aan Rotty werden bij hun hotel afgezet en zo kregen we een aardige indruk van downtown Perth. Het lijkt een levendige en gezellige stad, met veel groen.

We kwamen in het pikkedonker aan. Blijkbaar was er ergens een stroomstoring, want alle lichten waren uit en de slagbomen van het park werkten ook niet. Het had hier blijkbaar hevig geregend, want in onze stoeltjes stond een aardig plasje water. Aangezien we behoorlijk moe waren, hadden we toch niet zo’n behoefte om buiten te zitten, dus na een snelle maaltijd vielen we bijna boven de tafel in slaap.


By on 10:35
Beter een vogel op je hoofd…

Tempoteam_down_under Vanmorgen scheen de zon toen we wakker werden en de vogels floten dat het een lievelust was. We groetten onze Engelse buren en reden nog even naar Walpole om naar de drogist te gaan. Binnenkort gaan we weer vliegen en om ieder risico van trombose te vermijden, kochten we sinaasprilletjes om alvast ons bloed wat te verdunnen.

Snelweg 1 golfde en slingerde over heuvels, afwisselend door bossen, weilanden en landbouwgronden. De bebouwing was spaarzaam zoals eigenlijk overal in Western Australia. Wel zie je overal de tekenen van menselijke aanwezigheid, in de vorm van afscheidingen en de aanwezigheid van koeien en schapen, maar echt mensen en huizen zie je bijna niet. Het eerste dorp na Walpole is Manjinup en dat ligt ‘slechts’ 119 kilometer verderop.

Voor Manjinup sloegen we echter van de snelweg af en reden richting Pemberton, omdat daar de beroemde Gloucester Tree te zien is, een reus van een boom waarin je via metalen staken in de stam naar boven kunt klimmen. Om alvast een beetje in de stemming te komen, volgden we eerst de Tall Tree Drive, een onverharde weg van 14 kilometer door een dicht bos met bomen van tegen de 50 en 60 meter hoogte. Als service voor de reiziger, was er een speciale radiofrequentie waardoor je via de radio uitgelegd kreeg wat je zag en zou kunnen zien. Toen we de camper stopte om bij een viewpunt uit te stappen, ‘hoorde’ je de stilte: geen geluiden van auto’s, motoren, machines of mensen. Slechts de geluiden van ontelbare vogels, het ruisen van de bladeren en het zoemen van duizenden bijen. Het was met recht een ‘oorverdovende stilte’.

Gloucester_treeRuim na het middaguur kwamen we via Northcliff in Pemberton aan. We waren een beetje trekkerig en besloten dus eerst wat te eten in een gezellige coffeeshop. Ze hadden een heerlijke quiche en uiteraard, zoals overal in Australië, heerlijke cappuccino. Pemberton ligt in het Karri Forest National Park en de beroemde 61 meter hoge look out in de Gloucester Tree ligt 3 kilometer buiten het gemoedelijke dorpje. We reden het nationale park in en kregen bijna een stijve nek van het naar boven kijken om de kruinen van de bomen te zien. We parkeerden de camper op het parkeerterrein en opeens stond hij daar: kaarsrecht als een oude militair: de gloucester tree look out! In de stam van de Heldboom zijn een paar 100 pennen geslagen die weliswaar met elkaar verbonden zijn door een stevige ijzerdraad, maar verder was er geen zekering voor de klimmer. Gezien mijn angstige ervaringen gister op de Tree Top Walk, wist ik zeker dat ik het niet zou wagen om helemaal naar boven te klimmen. Ik ben wel een paar meter omhoog gegaan, maar toen vond ik het wel welletjes en ben ik me heel stoer gaan bezig houden met de aanwezige parkieten en papegaaien. Yvonne en ik moesten ons in allerlei bochten wringen om de vogels er een beetje presentabel op te krijgen, en we waren eigenlijk geen van beide tevreden met het resultaat.

Er kwam een man aanrijden in een elektrisch wagentje en in een mum van tijd zaten alle zo moeilijk te fotograferen vogels op zijn karretje, zijn hoofd en handen. We raakten met hem aan de praat en hij vertelde dat hij MS heeft, maar nog wel iedere dag met zijn Birdmankarretje de heuvel op rijdt om in de natuur te zijn en de vogels te voeren. Hij rookte lekker een sigaretje en voerde ondertussen de vogels. Hij vertelde dat hij vroeger, toen hij nog gezond was, bomen als de gloucester beklom zonder metalen staken, maar gewoon met klimijzers. Hij was nog heel blij dat hij iedere dag in de natuur kon zijn en van de vogels en aanwezige mensen kon genieten. We kochten wat vogelzaad van hem en in een no time zaten de eerst zo moeilijk benaderbare wilde vogels als tamme birdies op onze handen, armen en hoofd. In het zonnetje kwamen hun kleuren nog eens extra mooi uit. Na het voeren wandelden we nog een korte trail door het omliggende bos en ondertussen bleef de gloucester maar door mijn hoofd spelen. Zou ik het er nou op wagen of niet? Uiteindelijk heb ik het niet gedaan, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik me nu wel een beetje een lulletje rozenwater vind dat ik het niet eens serieus geprobeerd heb…

VogelmeisjeNa Pemberton stopten we nog even in Bridgetown en Donnybrook voordat we in Bunbury aankwamen. We vonden al snel een camping maar werden daar geconfronteerd met een onverwacht probleem: we wilden vanaf morgen een camping in Fremantle, om vandaar uit naar Perth en Rottnest Island te reizen. Wat wij echter een beetje hadden onderschat, is het feit dat het Paasweekend is en veel Australiërs paasvakantie hebben. Er was dus in de verre omgeving van Perth geen campingplaats meer te vinden! Alle sites zijn fully booked. Uiteindelijk lukte het ons om een plaats te vinden in Forrestfield, een van de voorsteden van Perth. Daar vertrekken we morgen naar toe en daar zien we verder wel wat we de laatste dagen hier gaan doen. Het zou namelijk zomaar kunnen dat de ferry naar Rottnest Island ook helemaal vol met (lokale) vakantiegangers zit. Nou ja, als dat zo is, dan merken we dat wel. In de omgeving van Perth is ook veel te zien en Fremantle schijnt een gezellig plaatsje te zijn dat goed met het openbaar vervoer te bereiken is. Het kan geen kwaad om onze vakantie een beetje rustig af te sluiten. Alsof we het al zo druk gehad hebben in de afgelopen weken… Morgen nog eens kijken of we dolfijnen hier kunnen zien, en dan gaan we op pad voor de laatste etappe.

4 April 2007
By on 02:29
Valley of the Giants

Het is donker op de camping, in de verte spelen nog wat kinderen voor het slapengaan en vanuit de camper van onze Engelse buren hoor ik heel zacht Hey Jude van The Beatles. De geur van een knapperend houtvuurtje dringt door de muskietenhorren naar binnen. Het is onze tweede avond hier en dat betekent dat we vandaag een rustige dag hebben gehad qua autorijden. We hebben wel het nodige gedaan, maar alles in een prettig ontspannen tempo.

Marja_en_simon Toen ik vanmorgen het doucheblok binnenliep, vroeg een man aan me of ik wist of het weer vandaag beter zou zijn dan gisteren. Aan zijn Engels hoorde ik dat hij waarschijnlijk gewoon uit Nederland kwam dus ik antwoordde in het Nederlands dat ik had gehoord dat het beter zou worden. We begonnen te praten en wisselden wat informatie uit. Simon kwam uit Schiedam, was zeven jaar geleden vervroegd uitgetreden bij Eneco en reisde nu met zijn vrouw Marja gedurende een aantal maanden per jaar de wereld rond. Hij zeilde veel en vissen was een van zijn grootste hobby’s. We spraken over onze ervaringen in Australië en andere werelddelen die we hadden bezocht, over armoe, geluk, het groenere gras bij de buren (‘Nou’, zei Simon, ‘op sommige plekken groeit helemaal geen gras!’) en de wereld door een roze zonnebril bekijken. Nadat we ongeveer een kwartier hadden staan praten, ik met mijn gezicht en hand vol scheercrème, kwamen we tot de conclusie dat we in Nederland misschien eens wat meer onze zegeningen moeten tellen en wat minder moeten klagen met z’n allen. Toen ik onder de douche stond, kwam Simon even terug en riep: ‘Hé, Voorschoten, d’r komt een tsunami aan!’ Het bleek dat er bij de Solomons Eilanden een zeebeving had plaatsgevonden en dat er een tsunami werd voorspeld voor Noordoost Australië. Zijn zoon werkte in Brisbane, maar gelukkig sms’te hij terwijl we gezellig met z’n vieren koffie zaten te drinken dat de hoogste staat van paraatheid was ingetrokken. Ik heb er verder hier ook niet veel mensen meer over horen praten. Na een gezellig half uurtje namen we afscheid alsof we elkaar al jaren kenden.

Wilderness_tour Yvonne en ik hadden ons ingeschreven voor een Wilderniss Tour en moesten ons melden in het haventje van Walpole. Dat haventje bleek niet meer dan een steigertje te zijn, maar er lag een bootje en er verzamelden zich naast ons nog acht andere wilderniszoekers. De tour werd geleid door Gary, een adhd-kruising tussen André Agassi en Vin Diesel (Yvonne vond dat hij op Pascal van Blöf leek, maar zij is een beetje bevooroordeeld en ziet in iedere kale man gelijkenis met de zanger). Hij had een hoge mate van triviale kennis en zijn verhaal over wat er allemaal te zien was vanaf de boot, doorspekte hij met allerlei anekdotes, zinnetjes in het Nederlands en Duits, mimiek, toneelspel en echte  wetenswaardigheden. Hij werd bijgestaan door Lea, zijn schipper. Vergeleken bij hem was zij een tikje grijs en saai, maar ook zij bleek achteraf over de nodige humor te beschikken. We voeren door de baai Strandbij Walpole en proefden even van de stevige deining van de oceaan. Omdat het bootje daar niet tegen bestand zou zijn (we moesten al heen en weer bewegen over de boot om het zwaartepunt te verplaatsen teneinde niet vast te lopen op zandbanken), legden we aan bij een steigertje in de monding van de baai en wandelden met de passagiers over een duinrug naar het strand. De vier Engelsen, twee Duitsers, vier Australiërs en Vissersbootje wij wandelden in ganzenpas achter hopman Gary aan, die alles op blote voeten deed (‘If mankind was to wear shoes, we would all be socks’). De branding was enorm, de golven rolden over elkaar en op het strand, een fijne nevel achterlatend, waardoor het net leek alsof we in een hele fijne mist liepen. Ofschoon de tocht niet zo spectaculair was als de cruise in Esperance, zagen we in ieder geval de Pelikaan_in_vluchtnodige pelikanen en een jonge zeearend, die ter plekke Heidel werd gedoopt, omdat de Duitsers uit Heidelberg de arend als eerste gezien hadden.

Nadat we aangemeerd hadden, vonden Yvon en ik al snel een plek om te internetten, mail te beantwoorden en onze weblogs bij te werken. We lunchten even snel (snel, omdat het een oersaaie tent was) en vertrokken naar The Valley of the Giants. Het klinkt als een titel uit de serie van Jane Auel (Clan van de Holebeer, Vallei der paarden geloof ik), maar met deze giants worden gigantische bomen bedoeld. Vlakbij het plaatsje Nornalup was er een Tree Top Walk. Door de toppen van de bomen was een metalen promenade aangelegd, waarvan het hoogste punt veertig meter boven de grond lag. Tussen diverse hoge palen waren looppaden aangelegd met roosters als vloer. Vanaf de grond zag het er allemaal zeer solide uit, maar eenmaal op de promenades aangekomen, zwierden en veerden de metalen constructie alsof je op een tegen de golven opboksend Rob_op_tree_top_walk_1schip liep. Ik zal heel eerlijk bekennen dat ik het niet prettig vond! Ik ben sowieso al niet zo’n held met hoogtes, maar kan dat onprettige gevoel nog wel wegrationaliseren. Maar als dan ook nog eens datgene waarop je loopt lekker in de soms stevige zeebries meedeint, dan hoeft het voor mij niet meer zo. Ik sta nog wel stoer op de foto, maar ik ben natuurlijk niet voor niets succesvol en veelgevraagd figurant en kan het heel goed doen voorkomen alsof ik het niet eng vind…

Gelukkig was er ook nog een wandeling op de grond tussen de bomen door. Als je daar tussen die bomen loopt en omhoog kijkt, dan voel je je zo ontzettend nietig. De bomen zijn soms wel 60 tot 70 meter hoog! Ze hebben kaarsrechte stammen, maar aan de voet, bij de wortel, nemen de stronken soms zeer grillige vormen aan. Ik kan Treebeardme voorstellen dat Peter Jackson, de regisseur van Lord of the Rings, met deze bomen in gedachten zijn filmpersonage Treebeard heeft vormgegeven. Het was in ieder geval een fascinerend spel om in al die stronken en wortels gezichten te herkennen.

Op weg terug naar Walpole stopten we in het Nornalup Teahouse en ontmoetten daar wederom onze Engelse buurtjes uit Esperance. We hadden hen ook al ontmoet op de wiebelende treewalk, maar dat we hen ook in dit teahouse zouden tegenkomen was natuurlijk toeval. Dat zij nu naast ons staan, is dat niet.

In het teahouse werkte een vrolijke dame die ons vertelde over haar leven als alleenstaande jonge vrouw in Walpole. Ze woonde nog bij haar ouders, omdat het voor haar alleen eigenlijk niet mogelijk was om iets te huren en laat staan te kopen. Ze vertelde dat bij alles wat ze ondernam om te verhuizen, mensen met kinderen voorrang kregen. Balkenende zou zich verheugen op de bevordering van de hoeksteen van zijn maatschappij, maar voor alleenstaanden is het hier blijkbaar niet makkelijk. Toch maakte ze allerminst een ongelukkige indruk, ze had het erg naar haar zin en werkte liever leuk tegen een laag loon bij mensen ze aardig vond, dan dat ze zich een slaaf van haar hypotheek zou voelen.

We deden nog wat boodschapjes in Walpole, reden terug naar de camping en stortten ons op onze boeken en de bekroonde Riesling van Forest Hill. Plotseling zagen we nog een andere giant! Toen ik een broodje pakte uit een van de kastjes, zat daar een bijna duimlange en –brede kakkerlak op! Hoe  die daar nou is gekomen weet ik niet, maar ik weet wel hoe hij daar verdween: met een grote boog en zeer snel!

Morgen vertrekken we richting Bunbury, omdat daar een mogelijkheid schijnt te zijn om met dolfijnen te zwemmen. Als het weer echter is zoals de afgelopen dagen, dan heb ik het vermoeden dat we Bunbury slechts als passanten aanschouwen en doorrijden naar Freemantle. Vandaar uit bezoeken we dan Rottnest Island, de markten van Freemantle en Perth. Freemantle ligt ook gunstig ten opzichte van het vliegveld en het Kea-kantoor. We’ll see…

3 April 2007
By on 01:58
Tobey and the Grey Nomads

VeertjeZondag 1 april, het is donker en voor zover bekend heeft Yvonne nog geen poets met me uitgehaald. Daar zal ze ook niet meer zoveel tijd voor hebben, het is al bijna 8 uur en het bed lonkt. We staan op het Coalmine Beach Holiday Park in Walpole aan de Frankland River. We hebben de eindeloze vlakten achter ons gelaten en verkeren nu in een zeer bosrijke omgeving. Walpole ligt, volgens de folder, in de Peaceful Bay en The Valley of the Giants. Daarmee doelt men niet op de bewoners, maar op de bomen.

Vanmorgen scheen het zonnetje prachtig door de bomen rond onze camper en lokte ons als het ware ons bed uit. De rivier lag er spiegelglad bij en de omliggende bomen weerspiegelden vredig in het water. We ontbeten buiten en werden vrolijk begroet door Tobey, een stevige en enthousiaste labrador. Gisteren had ik Tobey al ontmoet. Toen ik naar het toilet liep, zag hij me aankomen en keek me vanuit de verte strak aan, ging liggen zonder zijn blik van mij af te wenden en lag klaar om me te begroeten. Ik zag aan zijn baasjes dat zij geen bezwaar zouden maken als ik hem riep. Op het moment dat ik hem aanspoorde om te komen, sprong hij op en rende naar me toe, op zo’n typisch waggelende manier als alleen labradors kunnen. Hij duwde zijn lijf tegen mijn onderbenen, beet me vriendschappelijk in mijn voeten en rolde zich om zodat ik hem even flink door zijn vacht kon schudden. Ook vanmorgen gooide Tobey zich vol overgave voor onze voeten en toonde ons trots de drie dennenappels die hij in zijn bek Tobey_and_the_grey_nomadshad. Zijn baasjes, een ouder echtpaar, begonnen een praatje met ons. Zij vertelden dat zij vroeger veeboeren waren geweest in Queensland maar nu het hele bedrijf hadden verkocht en zes maanden van het jaar door Australië trokken, om de hete zomer in Queensland te ontlopen. Hij had geen tanden meer in zijn mond, maar vertelde smakelijk over hun trektochten. In Albany voelden zij zich thuis en hadden van hun caravan een semi-permanente woning gemaakt. Zij noemden zichzelf onderdeel van de Grey Nomads, de ouderen die op hun gemak na een werkzaam leven door heel Australië trekken. Als dikke vrienden namen we afscheid en ze zwaaiden ons uit (evenals de mensen met wie zij bij ons vertrek stonden te praten) toen we het caravan park afreden.

Het ochtendzonnetje had even plaatsgemaakt voor een paar dreigende wolken. We waren de camping nog niet afgereden of de regen viel met bakken uit de hemel. In no time stonden overal diepe plassen, maar tegen de tijd dat we in Albany waren, 15 minuten later, scheen de zon alweer. Omdat we niet konden geloven dat er helemaal niets te doen was in Albany, zijn we toch nog even gaan kijken, ook omdat in het washok op de camping stond dat er een ‘crafts market’ in de stad was. Uiteraard ondernamen we geen wilde avonturen voordat we eerst even onze ochtendcappuccino hadden gedronken, in een cafeetje dat werd gerund door moeder en dochter. Ze leken sprekend op elkaar, maar uiteraard was de moeder wel een oudere versie van de dochter.

De crafts market stelde niet heel veel voor, maar verkocht wel leuke snuisterijen. Het leukst waren eigenlijk de vijf Japanse meisjes die helemaal de slappe lach kregen van de heksen op bezemstelen die met hun benen begonnen te wiebelen als je in je handen klapte. Nog nooit heb ik vijf tieners zo enthousiast zien klappen bij poppen!

Vlak bij de market lag het West Australian museum, met een replica van de Brig Amity, een tweemaster uit de tijd van de allereerste walvisvangst vanuit Albany. In het museum was een kleine tentoonstelling gewijd aan de rol van Australische verpleegsters in de diverse oorlogen waaraan Australische militairen hebben meegedaan. Ook was er een schoolgebouw nagebouwd, dat blijkbaar zo levensecht was, dat een bezoeker met krijt op het bord had geschreven: ‘Amazing! Just like my school in England in 1958!’

Aangezien de cappuccino ons zo goed bevallen was en wij trek hadden gekregen van al die kunst, kitsch en cultuur, keerden we terug naar ons aanvangscafé en aten daar een stevige hamburger. We hadden een hamburger met kaas besteld en toen deze werd gebracht, konden we de kaas nergens vinden. We hadden eerder die morgen al gevraagd of ze onze cappuccino niet vergeten waren, dus toen we vroegen waar de kaas was, zag je ze kijken: ‘Heb je hen ook weer!’ De moeder legde ons echter met een glimlach uit dat de kaas, in tegenstelling tot bij ons, ónder de hamburger was aangebracht en meegesmolten op het broodje. ‘Everything down under, you know?’

We lieten Albany met een goed gevoel en goed gevulde maag achter en reden naar Denemarken. Het plaatsje Denmark ligt op ongeveer 50 kilometer van Albany en we hoopten daar een internetcafé aan te treffen om ons weblog bij te werken. Maar Denmark had het niet. Wel leuke winkeltjes, maar ik merk dat we een beetje blasé beginnen te worden bij het doorkruisen van al die leuke plattelandsdorpjes: ‘seen one, seen them all..’

Net even buiten Denmark stopten we bij de Forest Hill Winery aangezien we geen wijn meer hadden voor bij het avondeten. De wijnen die wij te proeven kregen van de charmante dame bevielen ons in eerste instantie niet heel erg. Zij was echter niet makkelijk van haar stuk te krijgen en toonde ons een prijswijn, een van hun witte wijnen die internationaal zeer hoog stond aangeschreven. Ook het restaurant scheen erg goed te zijn, want de persoonlijke kok van Premier Howard kookte er nu. We lieten ons overtuigen en kochten de prijswijn.

We wilden eigenlijk nog de Tree Walk doen, een wandeling door de toppen van de bomen in het Walpole-Noralup National Park, maar omdat het weer nogal dreigend was en het behoorlijk waaide, zagen we daar maar vanaf en gingen op zoek naar een camping.

PostbussenIn grote delen van Australië is alleen de doorgaande weg geasfalteerd en is iedere zijweg binnen 10 meter veranderd in een durt road of een gravel road. Je ziet soms langs de geasfalteerde weg brievenbussen staan in allerlei vormen die toebehoren aan mensen die soms kilometers van de geasfalteerde weg afwonen. De rode zandwegen gaan soms eindeloos de bush of de vlaktes in. Niet geschikt voor onze camper

De leukste dingen plan je echter niet, die overkomen je. Langs de kant van de weg stond een bord dat ons wees op de afslag naar een Dinosaur Park over 500 meter. Wij zijn beiden niet zo geïnteresseerd in dinosaurussen, maar toen we langs de afslag reden, zagen we dat het park ook inheemse dieren en vogels had. We keerden en reden de 300 meter over de dustroad naar het park.

Me_and_my_parrotWe deden de deur open en struikelden bijna over een witte kaketoe, die Herbie bleek te heten. De dame achter de toonbank vertelde dat Herbie nogal gek was op schoenen en niets liever deed dan de stiksels uit leren schoenen te friemelen met zijn indrukwekkende kromme snavel. Wij hadden al lol! De volgende ruimte was indrukwekkend met allerlei skeletten, als in het museum uit de film Jurassic Parc, maar wat ons bijzonder boeide, dat bevond zich buiten: de meest prachtige papegaaien die zaten te wachten totdat je hen van hun stok optilde of ze via je arm naar je schouders liet lopen. Yvonne en ik Yvonne_en_papegaai kwamen letterlijk en figuurlijk armen te kort. Terwijl wij overladen werden door al die gevedervleugelde kleurenpracht, waarschuwde de dame ons voor Cockie, een 65-jarige kaketoe die over de grond scharrelde en voluit aan het praten was. Ook Herbie liet zich niet onbetuigd. Hij legde zijn kop tegen mijn scheenbeen om achter zijn kop geaaid te worden. Toen ik even stopte, beet hij me kort maar duidelijk in mijn been, alsof hij zeggen wilde: doorgaan! Yvonne kreeg Molly op haar schouders, een grote zwarte kaketoe die het heerlijk vond om rondgelopen te worden. Ze heeft de hele wandeling door het park prinsheerlijk op de schouder van Yvonne gezeten en was pas met heel veel moeite en overredingskracht terug op haar tak te krijgen. We hadden hier nog wel uren kunnen blijven. Het echtpaar dat het park runde, praatte vol passie over hun werk en hun park en gaven ons brokjes om de kangaroes te voeren. We moesten toch vertrekken, maar we vonden het wel jammer.

De camping waar we nu staan, lag niet ver hier vandaan. We werden naar onze plek gewezen door Bill, een goedmoedige en ietwat corpulente man die ons maar bleef vragen over hoe het in Nederland was. Toen wij hem vertelden dat onze beide huizen zich onder de zeepspiegel bevinden en dat er in Nederland net zoveel mensen wonen als in Australië maar op een gebied dat een derde is van de grootte van Tasmanië, vroeg hij ietwat geschrokken waar wij al die mensen dan laten. Ook stelde hij de wezensvraag: waarom komen wij dan niet naar Australië? Plek en werk zat… Alleen het idee al om met zoveel mensen in zo’n klein gebied te wonen deed hem meewarig naar ons kijken. Ik zal eens kijken of ik nog wat foto’s op mijn iPod van Nederland heb, om hem te laten zien hoe het er bij ons uitziet.

We hebben besloten om hier twee nachten te blijven. Morgenochtend gaan we een wilderness cruise maken over de Frankland River, daarna bezoeken we een internetcafé (en als het goed is, ben je nu dit verslag aan het lezen en weet je dat het gelukt is) en daarna gaan we toch de toppen van de bomen in, want volgens Bill wordt het morgen een stuk mooier weer. Dinsdag vertrekken we dan naar Bunbury en woensdagavond hopen we in Freemantle aan te komen. Dat is slechts een paar kilometer van Perth gelegen, de eindbestemming van deze reis. Morgen over een week vertrekken we, dinsdag de 9e begint ineens akelig dichtbij te komen…

2 April 2007
By on 05:08